DE LACH

Op haar versleten slippers staat ze op het keukenzeil. Haar armen hangen langs haar lichaam en van waar ze staat tuurt ze naar haar witte keukenkastjes. Er hangen er twee boven de driepit en vier kastjes zitten op beenhoogte. Een daarvan wordt met een elastiek dichtgehouden. Achter haar zoemt de koelkast. Op het roestvrijstalen aanrechtblad staan vier ontbijtborden, vier mokken en een besmeerd mes.
Stuk voor stuk opent ze de kastjes. Een pot pindakaas, witte toastjes en een zakje mannasnoep. In de koelkast vind ze een pak houdbare melk en verder alleen een groot en gapend gat. Ze trekt nog één kastje open, op de onderste plank tegen de zijkant staat een pakje. Ze trekt de post-it er van af. Champignonsoep voor vier personen. Op het gele plakkerige papiertje leest ze: ‘Deze zat in m’n kerstpakket, maar die lust ik toch niet. Het beste! Marga.’ Ze controleert de houdbaarheidsdatum en zet een pannetje met water op. Op de klok leest ze kwart voor zes, ze zouden zo wel komen. Op haar gemakje dekt ze de tafel voor vier.

Haar man, Patrick, en hun twee zonen komen terug uit het bos. In hun sprankelende ogen leest ze van de pret die ze gehad hebben. Ze schuiven meteen aan en Patrick bidt voor het eten. Daarop haalt ze de pan uit de keuken en zet het op tafel. Hij lacht pijnlijk, maar dankbaar. En de jongens kijken elkaar aan. Ze eten in stilte.
Plots proest Ruben, de oudste, met veel volume zijn soep terug in zijn bord. Nog net niet via zijn neus. Drie paar ogen kijken op. Hij begint te lachen. ‘Mam, weet je wat we in het bos zagen?’
‘O! Dat was heel leuk!’ vult enthousiast zijn broertje hem aan. Het hummeltje komt met zijn hoofd nog maar net boven de tafel vandaan.
‘Nee, wat dan?’ vraagt ze. Er verschijnt nu ook een grote glimlach op het gezicht van Patrick.
‘Er liep een hele nette vrouw in het bos…’
‘Met hele rare hoge schoenen, mama!’ vult Ben zijn broer weer aan.
‘…in witte kleren. Spierwit. Samen met een man, maar ze leken elkaar nog niet heel goed te kennen. Waarschijnlijk waren ze op een date…’
‘Oehoee…’ en Ben lacht ondeugend.
‘Maar om hun heen liep een grote natte, in modder gerolde Berner Senne. Duidelijk ongewenst aanwezig, wat haar betreft.’ Vult haar man hun zoon aan.
‘Dus iedere keer dook de mevrouw weg wanneer de hond in haar buurt kwam,’ Ruben had het woord weer. ‘we liepen zo even achter hun en iedere keer liep de mevrouw maar te draaien en te doen. Toen kreeg de hond het door: dit is een spel. Dus met speelse sprongen dook hij steeds achter haar aan. Totdat de mevrouw het niet meer kon houden, ze zet het op een lopen!’
‘Die vent kijkt echt van: wat doet zij nou?!’ lacht Patrick.
‘...Maar die hond gaat er natuurlijk achteraan! Ze weet niet meer wat ze moet doen dus plotseling staat ze stil, met haar armen uitgestrekt naar de hond die er in een hoog tempo aan komt en ze schreeuwt: ‘Niet doen!’. En voor ze het weet springt die hond zo tegen haar aan en valt ze achterover. Die man kijkt compleet verbaasd en snelt naar haar toe om haar op te rapen.’
‘Ze zat helemaal onder de modder’, giechelt Ben.
‘En boos dat ze was!!’ lacht haar man
‘...Ze briest van woede en wil weglopen, maar die hond blijft achter haar aan lopen en die man ook. De hond haalt haar in en gaat naast haar lopen en likt vriendelijk haar hand. Ze schrikt en mist de tak die voor haar lag en valt zo voorover in een modderplas.’
‘Die hond was niet meer te houden! Die vond dit een geslaagde date!’ buldert Patrick.
‘Nu was ze nóg viezer!!’ schatert Ben.
‘Ah, die arme vrouw!’ zegt ze vol medelijden. ‘Hielp die man haar niet?’
‘Jawel,’ zegt Ruben, ‘hij hielp haar overeind en zei sorry. De hond wilde alleen maar spelen, zei hij.’
Ben: ‘Toen vroeg ze: echt waar? Is dat echt zo? Ja, zei hij toen en toen zei hij…ehm…’
‘…mijn hond vind je blijkbaar wel leuk….en ik ook wel…’ zegt Ruben met een zware mannenstem.
‘En de rest wil ik graag censureren.’ lacht Patrick.
‘Toen gingen ze zoenen mam! Jak!’ en Ben brengt snel een lepel soep naar zijn mond.
Ze ziet de verrukte lach op de gezichten van haar mannen. Nu moet zij ook heel hard lachen en ze legt haar lepel neer. De hele woonkamer is gevuld met gelach. Totdat ze er buikkrampen van krijgen.

Het is weer stil. Alleen het geluid van lepels die over de bodem van de borden gaan en een voldane zucht. Totdat Ben iedereen weer in lachen doet uitbarsten: ‘Mam, het is bruin en het was wit…’

 

Geïnspireerd door:
Voor wie arm is, is het leven niets dan ellende,
Maar blijmoedigheid maakt het leven tot een feest.
Spreuken 15:15