DOVE KINDEREN LUISTEREN SLECHT

Dove kinderen luisteren slecht. En dit is geen discriminatie.
Ik weet dat je me niet kan horen, maar ik hoef toch niemand te vertellen dat je een doosje pringles niet van het tweede balkon naar beneden gooit waar allemaal peuters lopen?
Ik sta in de theaterzaal in de pauze van een kindervoorstelling voor doven en slechthorenden. Ik heb net een handvol kinderen van het podium geplukt. Een jongen probeerde me in gebarentaal te verklaren waarom hij vind dat hij wel op het podium mocht staan, ik wijs hem met een streng gezicht de zaal in.
En dan zie ik het eerste pringles doosje vallen. Ik kijk met een felle blik naar boven. De drie puberale daders hebben me gezien. En toch even later, nog een. Met grote stappen loop ik de zaal uit en stap ik de lift in. Daar bedenk ik me dat ik geen idee heb hoe ik doven moet toespreken. Hoe dan ook, ik zal zorgen dat ze me wel begrijpen.
Aangekomen op het balkon zie ik ze schrikken. “Kan een van jullie mij verstaan?!” zeg ik op m’n boost terwijl ik de drie bleke gezichtjes na ga. Een steekt voorzichtig zijn hand op. “Als dit nog een keer gebeurd gaan jullie per direct de zaal uit. Begrepen?!”

Maar zo begon de middag niet. Om 12.00, net gearriveerd met grote haast, aanschouwde ik de foyer. Er waren al aardig wat mensen, druk te praten, maar het was er zo heerlijk stil. En de stress van het haasten viel van me af. Ik loop tussen alle gebarende mensen door en moet oppassen dat ik niet tussen een gesprek kom te staan. Goh, denk ik, wat een heerlijkheid. Wat een rustige vredelievende mensen. Ze kennen schreeuwen niet, geen lelijke tonen en geen snauwen. Wat een rust. Ik vulde mijn theorie over taal aan, hoe bepalend de klank van een taal is voor de toon in een cultuur. Als Arabieren Vlaams zouden spreken, zouden we ons een stuk veiliger voelen. Een terroristische boodschap in het Vlaams zou vertederende reacties oproepen als: “wat een schattige baardmannetjes.” Van kabouter Wesley worden we ook niet bang. En zonder angst geen macht.

Maar veel van de kinderen die de rest van de dag binnenstroomde in het theater waren niet alleen doof maar ook Oost-Indisch doof en dat is soms nog vervelender -voor mij dan. Ik voel me moeder van 400 vervelende kinderen en al hun ouders mag ik er ook nog eens bij hebben. Afgezien van de grote vuilnisbelt waar het theater in veranderde moest ik kinderen werkelijk uit elke hoek vissen waar ze geen toegang tot hebben. En al die kinderen die wel een prima gehoor en spraak hebben zitten aan m’n hoofd te zeuren omdat ik de enige ben die ze kan horen.

Hierna mail ik Yvonne (onze roostermaakster): voor mij voorlopig geen kindervoorstellingen.