HOEVEEL VRIENDELIJKHEID MAG IEMAND VAN MIJ VERWACHTEN?

Soms heb je gewoon echt haast. Maar om de verdorvenheid des wereld te voorkomen of op zijn minst die te verminderen, ben je een vriendelijk en vergevingsgezind mens.

Vandaag bracht ik samen met mijn vader een bezoek aan de stad. Aanvankelijk was het de bedoeling enkel de Slegte (die aan het leegverkopen is –boehoee- -snik- -snik-) en de Albert Hein te bezoeken, maar onderweg naar de AH passeerde we de Six. Mijn vader vond het niet leuk, maar ik stuurde hem vooruit zodat ik hier nog snel een cadeautje, dat gekocht moest worden, kon kopen. Na een te lange tijd verliet ik geheel ongeslaagd, met lege handen de Six. Dat gaf mij sterk het gevoel van onbehagen. Ik besloot me zsm naar de Albert Hein te verplaatsen, dan kon ik nog wat inbreng hebben op de inkopen van mijn vader. Dat zou mij de tevredenheid brengen die ik wel kon gebruiken. Voordat ik aan het buitenlicht gewend kon raken en me naar de AH kon haasten vroeg een jongeman, terwijl hij naar mij gebaarde, of hij mij wat mocht vragen.
Hij zag er niet echt aantrekkelijk uit, geen glad gelikt haar naar achteren en een onweerstaanbare lach, niet iemand die je van bepaalde dingen gaat overtuigen met goddelijke charme. In mijn naïviteit en gebrek aan overdenking dacht ik dat hij mij de weg wilde vragen. Heus, dit laatste overkomt me vaker dan dat ik wens. Soms denk ik dat ik eruit zie als een wandelend navigatiesysteem. Dus vriendelijk zeg ik: “Jawel”.
Toen kwam hij naast mij staan en begon adem te halen alsof ik een hele rede uit diezelfde mond kon verwachten. Ik dacht oho nee…

“Woon je in Amersfoort?”
Hij zou me de weg nog kunnen vragen, all is not lost -yet…
“eh…ja..”
“Is leuk hè, Amersfoort?” gaat hij onbeholpen verder
Ik creëer even een moment van stilte en antwoord heel beslist:
“Ja, heel leuk.”
Jawel hoor, hij ging toch echt een poging doen om mij ergens van te overtuigen en te motieveren om mijn bankrekeningnummer bij hém achter te laten, voor wat het ook mocht zijn.
“Nou, wij zijn van..” en hij wijst naar iets achter mij. Ik gun hem de moeite en kijk ook die kant op. Enkel een hele meute mensen zie ik.
”O, ik dacht dat mijn collega.. …want die stond daar net nog…. Maar nu….”
Het feit dat hij zijn collega dacht in zichtveld te hebben, maar uiteindelijk niet had, veroorzaakte enige verwarring bij hem. “Nou ja.. in iedere geval. Wij doen een actie voor achttien plus.”
zucht (dat was mijn zucht)
“Hoe oud ben je, 21?” en hij waagt een poging tot charme als hij me aankijkt.
Ik kijk terug met mijn dit-meen-je-niet blik. Ik houd hem zo lang mogelijk in de spanning. Een akelige stilte…
“Nee, achttien.”
“O, ik dacht dat je ouder was.”
Ik geloof hem niet. Nogmaals, maar iets wat scherper: dit-meen-je-niet.
Het mocht niet deren, ongehinderd gaat hij verder:
”Het is een actie voor gezellige mensen. He, jij bent wel gezellig, toch?”
Dat kwam er moeizaam en ongelukkig uit, zelfs een beetje ongeloofwaardig. Gelukkig ben ik er zelf wel van overtuigd, anders had ik hier nog een minderwaardigheidscomplex aan over gehouden ook.
Ik zucht: “Ja, hoor”, mijn vriendelijke toon heeft hij nu wel verspeeld. Deze laatste woorden klinken dan ook erg bot en verveeld.
Het had succes, hij werd nog wat onzekerder.
“Ehm, woon je in Amersfoort?”
Ik kijk hem vragend aan. Wat zenuwen wel niet met je geheugen doen. Ik herhaal mijn al eerder gegeven antwoord. Zonder enige waarschuwing begint hij mij te overspoelen met (al-dan-wel-niet persoonlijke) vragen.
Of ik van muziek houd. Natuurlijk. Hield ik van film? Ja, natuurlijk. Wat voor een muziek? Van alles. Wat voor een films?
“Ja, ook van alles.” antwoord ik ongeduldig. “Maar ik heb nogal haast, weet je”. En ik bespeur zijn gezicht naar enig begrip. “Dus…. kun je me een verkorte versie geven?”
Hij wacht even, denkt na, en knikt en gaat verder. Van wat voor ‘n boeken houd ik? Ik las toch wel?

Een mens komt dan echt op het punt waarop die zich afvraagt hoeveel vriendelijkheid dit waard is.

Na wat een eeuwigheid lijkt komt hij tot zijn punt. Eindelijk krijg ik ook te horen van wat hij is. Er is een pas waarmee je aardig wat korting kan krijgen op cd’s, DVD’s en boeken bij ‘hun’ winkel op de Kamp. Dat klinkt aantrekkelijk. Maar mij rest enkel te wachtten op het befaamde addertje onder het gras, op het moment dat hij die zou bekennen.
Hij heeft die pas bij zich, en die is voor mij bestemt, maar of ik dan wel minstens vier keer per jaar die pas wil gebruiken. Maar voor de rest was het natuurlijk ontzettend leuk allemaal en mooi, al zei ie het zelf.
“Je wilt me dus ergens aan binden? Mijn gegevens bij jou achterlaten enzo?”
Eh, ja…maar zó moest ik het toch echt niet zien.
”Nog een fijne dag hè”
“Ja maar…”
Enkel en alleen omdat ik niet van steen ben gun ik hem nog een blik van medelijden maar liep toen toch echt door naar de Albert Hein. In mijn hart doet zich een vraag rijzen, een levensvraag: Waarom kon hij me niet gewoon de weg vragen? En ik schut mijn hoofd in teleurstelling.